Fuchsia verzorging

Als men, als beginnende liefhebber, aan wat stekjes kan komen of als je zelf al fuchsia’s hebt, is het zelf opkweken tot bloeibare planten echt niet zo moeilijk. Als stek gebruiken we het beste jonge sappige, enigszins gerijpte scheuten van ongeveer 6 cm lang. We snijden de stek met een goed scherp mesje af op twee bladparen. Verwijder de onderste twee blaadjes. We kunnen bij het stekken gebruik maken van stek bewortelingspoeder, maar nodig is dit niet. Het geeft alleen maar voordeel dat stekken vlotter wortelen.

De stekperiode

We onderscheiden twee hoofdperiodes, te weten voor vroege voorjaarsbloei: stektijd juli-augustus, voor latere bloei, stektijd januari-maart. Overigens bent u niet beperkt tot deze stektijden, maar kunt u stekken zolang u maar beschikt over geschikte stevige scheuten.

Grondmengels waarin we stekken

Neem een luchtige stekgrond, liefst een mengel van half rivierzand half turfmolm, vooral geen grondsoort gebruiken waarin mest voorkomt, dit geeft eerder rotting van de stekken. Er is ook goede stekgrond te koop in een tuincentrum. We steken de stek in het vochtig gemaakte grondmengsel in een potje. bij elkaar of in een bakje of kistje. In de zomer kan het ook in een broeibakje in de tuin. ’s Winters liefst met wat bodemwarmte, op de radiator van de verwarming, wel altijd er voor zorgen dat de stekken in het licht staan, maar niet in de volle zon. Het beste kunt u over het stekbakje een glasplaatje leggen om te veel verdaming tegen te gaan. Ook kan men zich behelpen met een stuk palstic (niet op de stekken leggen). Potjes met stekjes kan men ook in een plastic zakje zetten met een hoog stokje in het midden zodat het zakje niet op de stekjes rust, dat dan als kweekkasje dienst doet. Ook zetten we de naam van de fuchsia erbij als we die hebben. En wachten we tot de stekken wortels hebben. Meestal is dit al na een week of drie het geval.

Als de stekken wortels hebben

Dan potten we elk stekje apart op in een stekpotje van 7 cm doorsnee, vullen die met goede voedzame grond, van een goed merk, maken een gaatje in de aarde zodat de worteltjes niet beschadigen en steken dan een steker erbij met de naam van de fuchsia. En geven de stekjes wat water.

Najaarsstekken overwinteren niet te warm, ongeveer 10 graden, maar wel in het volle licht. Deze najaarsstekken verpotten we eind februari naar een pot van 11 cm. Vooral geen grotere pot nemen, dat geeft alleen maar slechte bloei. Voorjaarsstekken verpotten we als de wortelkluit van het stekpotje goed door geworteld is. In de winter overgehouden planten (vooral jonge planten) mogen nooit droog komen te staan, want dan laten ze de bladeren vallen.

Zorg dat het uw planten aan niets ontbreekt

Om rijk en langdurig te bloeien, moeten de planten geregeld voedsel krijgen. Dat voedsel wordt nagenoeg zonder uitzondering verstrekt in de vorm van kunstmest. Maar wat is eigenlijk kunstmest? Wetenschappers zullen misschien om deze omschrijving lachen maar dat is niet erg. Kunstmest is groeistof voor planten. Groeistof is geen vast begrip, dat wil zeggen de samenstellende delen kunnen verschillend zijn. Planten hebben om te kunnen groeien zonder uitzondering nodig:

  • (N) = stikstof
  • (P) = fosfor (vroeger schreef men phosphor en daar komt de P vandaan)
  • (K) = Kalium
  • Stikstof: bevordert in hoge mate de (snelle) groei van de planten.
  • Fosfor: bevordert wortelvorming bij jonge planten en bij oudere planten de vorming van bloemknoppen.
  • Kali: is van belang voor stevige stengels en verhoogt de weerstand van planten tegen ziekten.

Er zijn mensen die voor iedere fase van ontwikkeling van de planten kunstmest met andere mengverhouding gebruiken. En daarvan zijn er nogal wat. Bekijk elk willekeurig potje met kunstmest in een tuincentrum of bij een fuchsiakweker bij u in de buurt. U zult ontdekken dat er vrijwel altijd andere mengverhoudingen voorkomen. Er zijn er ook die nooit iets anders geven dan mest met een vaste mengverhouding van b.v. 20(N)-20(P)-20(K). Vaste regels zijn er in geen geval. Probeer het zelf maar uit en hebt u eenmaal een goed, of voor u heel goed aanvaardbaar resultaat, ga daar dan gewoon mee door. Goede resultaten zijn ook te bereiken met het gebruik van Osmocote. Osmocote (verkrijgbaar bij vrijwel alle tuincentra en fuchsiakwekers) is een kunstmest die vrij komt in de potgrond naar mate daaraan behoefte bestaat. Tegenwoordig heeft men al een Osmocote soort die een plant gedurende meerdere maanden van voldoende voedsel voorziet.
10-52-10: Voor wortel-/bloemontwikkeling. Heeft een hoog fosfaatgehalte en geeft bij bewortelde stekken een goede wortelontwikkeling. In beginfase 2 á 3 x gieten en dat 1 x per week, 1,5 gram per liter water. In de bloeitijd zorgt fosfaat voor een goede ontwikkeling van de bloem.
Dosering: 1 eierlepeltje is ca. 2 gram.
20-20-20: Voor de groei. Neutrale meststof, die het hele seizoen gebruikt kan worden om te gieten. 1 x per week 2 gram per liter water op de potgrond.

Waarschuwing: Mest nooit op droge potgrond geven.

Als we dan alles hebben gedaan om een mooie plant te krijgen zullen we moeten bepalen welke vorm we die willen geven. Vormen kennen we ook vele namelijk:
Struik – Halfhanger – Hanger

Maar er zijn ook andere vormen denkbaar zoals:
Kroonboom – Piramide – Snoer of zuil

De vormgeving is in feite een kwestie van snoeien of, zoals dat door fuchsiakwekers vaak genoemd, nijpen.

Struik

Struik: Een struik is een plant met zodanige stengels dat ze in feite rechtop groeien. Er zijn soorten die spontaan vertakken (nieuwe uitlopers krijgen) en die om een bossige plant te krijgen weinig correctie of hulp nodig hebben. Er zijn echter ook een heleboel soorten die minder spontaan zijn in het vertakken en dan is erg belangrijk dat tijdig de toppen worden weggenomen zodat uit de oksels nieuwe uitlopers ontstaan.

Halfhanger

Halfhanger: Een halfhanger is een plant met stengels te stevig om ze als hanger aan te laten merken en te slap om ze voor struik uit te maken.
Hanger: Een hanger heeft stengels, het woord zegt het al, met de natuurlijke neiging te hangen. Wil men ook hiervan een mooie volle plant hebben dan is tijdig toppen geboden tenzij men toevallig een exemplaar treft dat spontaan en royaal vertakt. Eigenlijk moet worden gezegd dat bij de meeste vormen veel moet worden getopt als men een mooie gevulde plant wil hebben.

Kroonboom

Kroonboom: Dit is in feite een kale stam met daar bovenop een struik. De lengte van de stam kun je zelf bepalen. Er moet echter tijdens het opkweken op een paar dingen worden gelet. Zorg ervoor dat zich in de bladoksels geen nieuwe uitlopers vormen door deze uitlopers te verwijderen. Haal de top uit de plant zodra u denkt dat de gewenste hoogte is bereikt. Bindt de plant goed aan een stevige stok. Een niet goed aangebonden plant zal vrijwel altijd een kromme stengel krijgen en die kromme stengel groeit dan verder uit tot een kromme stam. Laat de bladeren aan de stengel zoveel mogelijk zitten. Als ze te vroeg worden verwijderd blijft het stengeldeel waarvan ze zijn verwijderd vaak dun. Laat men een kroonboom groeien van een hanger (het kan heus wel) dan is het dubbel oppassen met het opbinden. Gaat de stengel van de hanger eenmaal krom dan komt die, ook al ontdekt u dat twee dagen later al, nooit meer goed recht. Met enige (soms zelfs met veel) moeite is van een hanger toch een kroonboompje te maken. Er is, wanneer het lukt, een heel mooi effect mee te bereiken.

Piramide

Piramide: Dit is een vorm waarbij we ook te maken hebben met een stammetje. Dan echter met een stammetje met zijtakken die we van boven smal en onderen breed laten groeien.

Snoer

Snoer: Dit is een stammetje met over de volle lengte nagenoeg overal even lange of beter gezegd even korte zijtakken.

Zuil

Zuil: De zuil is qua vorm vrijwel gelijk aan de snoer, maar de zuil is veel breder en dus zijn de zijkanten daarvan langer. Om echt een goede zuil te krijgen heb je een plant nodig waarvan de takken vrijwel horizontaal groeien.

Oudere planten die kunnen na de bloei bewaard worden om het volgend jaar weer een rijke of rijkere bloei te geven. In het late najaar (voordat de eerste nachtvorsten komen), dit is meestal eind oktober, worden deze fuchsia’s alvast terug gesnoeid en van het blad ontdaan. Ze worden bewaard b.v. in een koude kas, al naar de ruimte die men daardoor beschikbaar heeft, bij een temperatuur van 2 tot 5 graden. De planten zeker niet laten uitdrogen, maar de potaarde matig vochtig houden. Stammetjes zijn gevoelig voor uitdrogen en sterven eerder af. In het voorjaar de planten, indien nodig is verpotten in een grotere pot en verder terug snoeien om vooral mooie goed gevulde planten te houden. Ook een kelder of een vorstvrije zolder is uitermate geschikt om de fuchsia’s te bewaren. Niet vergeten op tijd de planten te besproeien en een klein beetje water te geven. De fuchsia’s die niet verhout zijn mogen niet gesnoeid worden en moeten op 5 tot 10 graden overwinteren.

Ongedierte

Belagers zijn er genoeg en zelfs naar keuze, op de plant of in de pot. Op de plant zijn het in willekeurige volgorde veelal: witte vlieg, spint, bladluizen, taxuskevers, cicade, wantsen, rupsen, roest, schimmels, pissebedden, verwelkingsziekte en bladvalziekten. In de pot: taxuslarven.

Worden of zijn uw planten aangetast, dan is er het nodige tegen te doen, zowel chemisch als biologisch. Zoveel mogelijk wordt afgezien van het noemen van de namen van werkzame stoffen, omdat ten eerste niet altijd bekend is welke middelen de amateur in voorraad mag hebben en ten tweede de ontwikkeling zo snel gaat dat er, dan wel niet dagelijks, maar zeker jaarlijks wel weer iets bij komt en ook door intrekking van de toelating iets vanaf gaat.

Witte vlieg

Witte vlieg is er bijna altijd. En dat is, als het binnen de perken blijft, ook niet zo erg. Wordt het te erg dan zijn er een heleboel chemische middelen voor de bestrijding ervan. Een onschuldig middel dat vrijwel iedereen zelf kan maken is het in water zetten van brandnetels of heermoes. Na verloop van een aantal dagen ruikt dat niet fris meer en dat is kennelijk ook de gedachte ( als ze al kunnen denken) van die beestjes. Ze verdwijnen!
Chemische middelen zijn bijvoorbeeld: Lizetan plantenspray ( voor binnen) en admire, Decis vloeibaar voor buiten en Pytrethrum. Verder is er nog Provado Insecten Pin. De verschijnselen bij aantasting door witte vlieg zijn, dat zich aan de onderkant van het blad talrijke witte insecten bevinden van ongeveer 2 mm lengte. Zij zuigen het vocht uit het blad, dat daardoor gaat vergelen en later uitdrogen. De eieren zijn goed zichtbaar. De kleverige afscheiding veroorzaakt roetdauw.

Spint

Spint ontstaat meestal door droge lucht bij hogere temperatuur. Met Baythroid plantenspray voor binnen en Masi of Kelthane voor buiten is het euvel te bestrijden. De verschijnselen zijn dat de bladeren witachtig gevlekt zijn en glans verliezen. Bij sterke aantasting vergeelt het blad en sterft het af. Op de onderzijde van het blad en in de steeloksels treft men fijne webben aan met rode mijten.

Bladluis

Bladluizen laten zich verjagen door Admire, Bayer Anti-Bladluis, Baythroid plantenspray, Decis, Duoflor concentraat, Lizetan plantenspray, Pyrethrum en Provado InsectenPin. Ook Undeen is een bestrijdingsmiddel. Aan bloesem, scheuten en blad ziet men aangetasting door de in verschillende kleuren voorkomende bladluizen. De aantasting vindt vaak massaal plaats. De beschadiging vindt plaats door bladluis zelf maar de afscheiding van de bladluizen veroorzaakt ook roetdauw.

Taxuskever

De taxuskever, lapsnuitkever of druivenhaantje (dit is allemaal hetzelfde kevertje) kunnen het best worden uitgeschut en doodgemaakt. het is de meest milieuvriendelijke oplossing. Chemische bestrijdingsmiddelen zijn Admire en Provado InsectenPin. Verschijnselen zijn ronde happen uit een blad. Het staat wel niet fraai maar de plant gaat er in geen geval van dood. Veel erger is de beschadiging die wordt aangericht door de larven. Die hebben namelijk de onhebbelijke gewoonte om de haarwortels van de planten op te eten en zonder haarwortels gaat de plant gegarandeerd dood. De kevers zijn moeilijk te vinden omdat het nachtdieren zijn. Vliegen doen ze niet maar lopen des te beter. U kan ook proberen ze te vangen door een bloempotje met houtwol bij zo’n plant te zetten. Daar kruipen ze dan in. Taksuskevers kunnen bovendien worden bestreden met gebruik van een insectenparasitair aaltje dat de naam heeft van Heterorhabitis megedis. In vrijwel elk tuincentrum zal men u aan het gewenste middel kunnen helpen.
Hieronder ziet u de taxuskever en de taxuslarven:

 

Cicaden

Cicaden worden bestreden mer Admire en Provoda InsectenPin. Verschijnselen zijn dat op de bladeren kleine witte stippen ontstaan. De schade is als bij spint. Aan de onderkant van het blad zitten beestjes die vergelijkbaar zijn met bladluizen. Bij aanraking vliegen de cicaden weg of springen ze op.

Wantsen

Wantsen kunnen worden bestreden met Decis en Undeen. Wantsen kan men herkennen aan het driehoekige schildje achter aan hun kop. Ze zijn groen of bruin van kleur en tussen 2 á 3 mm lang.

Rupsen

Rupsen kun je wegvangen. Dat is niet alleen de gemakkelijkste maar vooral ook de meest milieuvriendelijke oplossing. De grote olifantrups, die ongeveer 8 cm lang kan worden kan in zeer korte tijd enorm veel schade aanrichten. Heeft de olifantrups genoeg gevreten dan kruipt hij de grond in en verpopt daar. Ze zijn meestal groen of bruin.

Roest

Roest is met chemische middelen te bestrijden. Hoe je het kunt voorkomen is niet duidelijk. Baycor schimmelmiddel en Exact vloeibaar zijn de middelen die volgens Bayer afdoende zijn. Verschijnselen zijn roest/oranje kleurige poeder vlekken op bladeren.

Schimmel

Schimmel wordt in de hand gewerkt door een combinatie van teveel vocht en te weinig temperatuur of te weinig luchten.Ook hier komt als bestrijdingsmiddel weer Baycor schimmelmiddel om de hoek kijken, maar ook Undeen heeft een gunstige werking.

Pissebedden

Pissebedden voeden zich onder meer met vlezige plantendelen van vooral jonge planten. Blad en stengels worden dan kort bij de grond aangevreten. Vangen in dotjes vochtig hooi of een uitgeholde aardappel werkt prima.

Verwelkingsziekte

Verwelkingsziekte is een aantasting door een schimmel of bacterie. Het probleem is alleen dat die niet op de plant zichtbaar is maar inwendig en daar de waterhuishouding van de plant verstoord. Een afdoende bestrijding is ons niet bekend.

Bladvalziekte

Bladvalziekte is een aantasting waarbij paarse en bruine vlekken ontstaan op het blad. Als u het te pakken kunt krijgen is een bespuiting met Maneb, 350 gram per liter water, een afdoende middel.

Wolluis

Wolluis kan een probleem zijn. Admire, Baythroid plantenspray en Provado Insecten Pin zijn de aangewezen beschermingsmiddelen. Gewasbescherming, en dan met name de bescherming tegen insecten kan, behalve met de hiervoor genoemde chemische middelen, ook op een milieuvriendelijke manier plaats vinden. Daartoe worden beschermingsmiddelen gebruikt op zeepbasis.